| |
Het verbaast me telkens weer hoe de modale hedendaagse kunstliefhebber zijn lichamelijke conditie op peil houdt: door te spurten van de ene naar de andere vernissage, van de ene naar de andere opening en vervolgens van het ene naar het andere exclusieve diner. Er zijn zelfs verzamelaars die hun vrouw in één galerie achterlaten om ze zes uur later te komen oppikken, zo druk hebben ze het met het heen-en-weer-geren.
Donderdag 16 maart was het weer prijs in Antwerpen: niet alleen hielden de talloze galeries er hun traditionele nocturne, ook het MuHKA sprong voor het eerst mee op de wagen en gaf een druk bijgewoonde avond-opening van de Kutlug Ataman-sociaal-culturele-videoshow. Een steenworp verder zette Extra City in een havenloods aan het Kattendijkdok veertig televisietoestellen en evenveel verschillende stoelen bij elkaar, voor het 'Küba-project' van dezelfde geglobaliseerde Turk. Achteraf was er een fuif, met Turks bier en Turkse raki, zodat de volgende ochtend duizenden mensen ziek in hun bed moesten blijven liggen.
Op zo'n hectische hedendaagse kunstavond luidt de nieuwe trendy standaardzin: 'Oef, te veel volk. Ik ga zaterdag nog eens terugkomen om alles op mijn gemak te bekijken.'
Als kleine kunstcollectioneur kan ik natuurlijk niet afwezig blijven op zo'n high society-gebeuren. Toch wil ik niet zomaar wil-, karakter- en stuurloos meedraaien in het perfide netwerk van het hedendaagse kunstgebeuren. Dus plande ik een actie.
Mooie actie trouwens, al zeg ik het zelf. Eerst ging ik naar een Match-supermarkt, waar ik ongezien een twintigtal plastic zakjes mee griste. Thuis in mijn tuin heb ik een grote zandbak, die eigenlijk als maxi-kattenbak voor alle katers uit de buurt dienst doet. Met een schepje deponeerde ik telkens een handvol zand en drolletjes in de Match-zakjes.
Vervolgens trok ik naar de vernissageavond, zo onopvallend mogelijk gekleed om, u raadt het nooit, niet op te vallen. In elke min of meer belangrijke galerie stapte ik binnen met een Match-zakje, deed of ik de kunstwerken bekeek en mengde me zo weinig mogelijk in het geborrel en gekeuvel. Mijn doel lag elders: overal ongezien een Match-zakje neerzetten ergens in een hoekje of tegen een galeriewand, om aldus een humorvolle anti-artistieke daad te verrichten.
Het is me overal gelukt, behalve bij Stella Lohaus Gallery: daar had Jan De Cock meteen gezien dat zijn subtiele Broodthaers-installatie grondig verstoord werd door zo'n vulgair Match-zakje. Hij gebood me mijn rommel buiten op het koertje te zetten.
Voor de rest liep alles gesmeerd. Alleen: er liep ook een kerel rond in een vaalgroene legerjas, met zakjes van de Aldi in de hand. Tiens, wat was die kerel van plan?
|